De ketenbepaling; hoe werkt het sinds de nieuwe regelgeving?

De ketenbepaling is er voor werknemers. Om hen meer zekerheid te bieden bij het aangaan van flexibele arbeidsrelaties. Dankzij deze regeling zijn zij verzekerd van een contract voor onbepaalde tijd na meerdere verlengingen van een contract voor bepaalde tijd. Een werkgever mag niet zomaar van deze ketenregeling afwijken, tenzij dit in het CAO is vastgelegd.

De afgelopen jaren kregen werknemers na 3 verlengingen, of wanneer de termijn van de verlengingen samen 24 maanden betrof, automatisch een vast contract. Met ingang van de Wet Arbeidsmarkt (WAB) in balans per 1 januari 2020 is de termijn voor het recht op vast dienstverband verhoogd naar 36 maanden. Maar hoe zit dat dan met de contracten voor onbepaalde tijd die nu al lopen?

De nieuwe wet is ingegaan zonder overgangsrecht. Dat betekent dat de maatregelen meteen van kracht zijn en dat op arbeidscontracten die eindigen op of na 1 januari de verlengde periode van 3 jaar van toepassing is, ook wanneer het contract vóór 2020 is aangegaan. Als voor 2020 in het CAO al is afgeweken van de ketenbepaling in voordeel van de werknemer, dan blijft die afwijking van toepassing.

Dus, een voorbeeld:

Wanneer een jaarcontract op 1 november 2019 is geëindigd en wordt opgevolgd door een contract van 6 maanden dat op 1 mei 2020 afloopt, dan kan de werkgever daarna nog een derde contract voor de duur van 18 maanden afsluiten zonder dat er een vaste overeenkomst ontstaat. Op moment van verlengen mag de keten namelijk 36 maanden duren. Voor alle contracten die vanaf 1 januari 2020 zijn gestart geldt de termijn van 36 maanden natuurlijk sowieso. Helder toch?